E-migratie

De dwarse man is het zat. Dit wordt niks. De migratie van Web-log naar Weblog is een fiasco geworden, en ik wacht de verdere ontwikkelingen niet meer af. Ik ben gexebmigreerd, en woon voortaan hier: http://dwarseman.blogspot.com. Het is denkbaar dat ik in de loop der tijden nog eens wat oud materiaal zal herplaatsen, maar ik neem me ook voor om weer eens wat actiever voor nieuwe stukjes te zullen gaan zorgen. Komt allen, ik trakteer.

Vakantieboeken 2011

Arturo Pxe9rez-Reverte neemt terecht het genre van de complotpuzzelthriller niet zo serieus. Dat komt denk ik voor een groot deel doordat hij eigenlijk van een wat hoger niveau is dan de echte Dan Brown-achtigen. Ook is hij in een bepaald opzicht een post-moderne thrillerschrijver. Daar kom ik nog op terug.
Ik had al eens (in een Engelse vertaling, want mijn Spaans is niet toereikend) The Flanders Panel gelezen. Een boek dat van de lezers heel wat kennis vereiste, aangezien de illustraties, compleet met aanwijzingen, uit schaakdiagrammen bestonden. Wie geen brood had gegeten van retrograde-analyse (precies!) kon niet echt meedoen met het boek.
Deze keer had ik, mede omdat hij deels in mijn vakantiebestemming speelde, zijn thriller

xa0

The Club Dumas meegenomen, uit 1993. Een thriller die speelt in de wereld van de bibliofilie, een wereld die mij, na een korte carrixe8re in het antiquariatenwezen, ook niet vreemd is.
Eigenlijk, om precies te zijn, zijn het twee thrillers in xe9xe9n band, want twee verhaallijnen blijken ongemerkt door elkaar heen te lopen. Enerzijds gaat het om Dx92Artagnan en de drie musketiers en een hoofdstuk in manuscript van Alexandre Dumas, anderzijds om een in 1666 gepubliceerd toverboek dat met medewerking van de Duivel zou zijn geschreven. Dat de twee verhaallijnen uiteindelijk helemaal niets met elkaar te maken blijken te hebben, wordt pas heel laat in het verhaal duidelijk. Pxe9rez-Reverte heeft een goede grap met ons uitgehaald. Op review-sites op het internet huilen de echte afficionadox92s van het genre grote, verontwaardigde tranen: ze houden er niet van om in de maling genomen te worden (daarover meer in een bespreking van mijn derde en vierde vakantieboek). The Club Dumas, aldus deze boze mensen, is een prul, want de schrijver is totaal meta en post-modern: zijn boek is, als parodie op het genre van de thriller, in de vorm gegoten van een thriller, met een driedubbele bodem die verhult dat er niets achter steekt. Des auteurs spottende lach wordt steeds scheller en vernederender.
Om aan de schraalheid van het genre en de xe9xe9n-dimensionaliteit van de standaardheld te ontsnappen, heeft de auteur zijn hoofdpersoon voorzien van een veelheid van dimensies. Een overvloed. Een waar tsunamix92tje.
Lucas Corso is bepaald geen flat-character geworden.
Niet dat hij daardoor ineens echt tot leven komt, dat niet: daarvoor zijn de zijvakjes en achterdeurtjes in zijn karakter nu juist weer te overvloedig en tegenstrijdig geworden. De Spanjaard drinkt uitsluitend oude Bols uit stenen kruikjes, is keihard, sarcastisch, melancholiek, stoer, brildragend, zelfkants, heeft een heel arsenaal aan valse gezichtsuitdrukkingen, is extreem belezen, lelijk maar sexy, voelt zich thuis in alle soorten boekgeschiedkundige efemera, is ruw, lief, naar, kwetsbaar en onkwetsbaar. Hij wankelt gedurende de hele roman onder het gewicht dat hij moet torsen van de vele dimensies. In de film naar de satanische helft van het boek wordt hij door Johnnie Depp gespeeld.
En ondanks alles: een leuk boek, deels een mislukking, deels een opzettelijke mislukking, maar overwegend een geslaagde poets die de lezer wordt gebakken. Het einde is in zoverre teleurstellend dat van ons wordt verwacht Satan te aanvaarden als een werkelijk bestaande entiteit. Een hoofdzonde, vind ik, in een genre dat het moet hebben van logica, materialisme en eerlijke puzzels. In het genre van de complotpuzzelthriller is een Deus ex Machina ten strengste verboden. Daarover later meer.

 

Van round characters heeft Dan Brown in ieder geval geen last. Zijn personages zijn zo flat, dat ze onder de deur door kunnen. Voeg daar bij dat hij schrijft met een bezemsteel als pen, en we kunnen zijn boek Digital Fortress meteen als alhier behandeld beschouwen. Het meest geheimzinnige aan Brown is wat mij betreft dat er meer dan zeven mensen zijn die hem een goede schrijver vinden.

Vorig jaar had ik naar Samos meegenomen het debuut van Michael Byrnes, The Sacred Bones. Ik was aangenaam verrast door het boek, dat weliswaar een onwaarschijnlijke plot had, met theologie en genetica en extreem geweld, maar dat wel behoorlijk goed geschreven was, met veel interessante research, en dat te snel afgelopen was. Direct na thuiskomst had ik het vervolg besteld, The Sacred Blood, en dat zat dit jaar in de koffer voor de Costa Lisboa. Dit boek was een zware teleurstelling.

xa0

Mocht ik na het eerste deel nog de hoop koesteren dat alle bovennatuurlijkheid (vrouw geneest in een oogwenk van botkanker, na ingespoten te zijn met het aan de botten van Jezus Christus onttrokken DNA) op een misleiding berustte, en dat alles in het tweede deel verklaard zou worden, dan werd die hoop in dit deel grondig de bodem ingeslagen. Niet alleen is de vrouw, eenmaal met het DNA van de Messias ingespoten, plotsklaps genezen, ze blijkt nu zelf diens genezende krachten te hebben overgenomen. Ook is zij als enige (ex?-)sterveling in staat zonder vreselijke brandwonden op te lopen, de Arke des Verbonds aan te raken, die door een orthodox Joodse rabbi als een soort kernbom ingezet wordt om het Islamitische gedeelte van Jeruzalem te vernietigen en aldusx85 Genoeg! Weg met dit boek. Geen Christian fiction in mijn leven, die verachtelijkste van alle ficties! Waar Pxe9rez-Reverte een fraaie poets bakt, speelt Byrnes ordinair vals.

Iemand die zeer wisselende kwaliteit aflevert, is Steve Berry. Meestal doen zijn verhalen nogal simpel aan, met veel saai geschiet op altijd dezelfde soort plaatsen (u weet wel: kerken, kloosters, musea na sluitingstijd).

xa0

Met The Third Secret probeert hij eens iets heel anders. Pope-fiction moeten we het genre maar noemen, net als The Last Pope (O xfaltimo Papa) van de Portugees Luxeds Miguel Rocha.
De plot is draaddun: in 2000 heeft de Paus het derde visioen onthuld van de befaamde Mariaverschijning in 1917 in Fatima, maar in de roman wordt gespeculeerd dat hij daarbij niet alles heeft prijsgegeven, een tweede bladzijde, die te gevaarlijk was voor de Katholieke kerk, was opzettelijk achtergehouden. De rest van de roman gaat vervolgens over de diverse intriges binnen en buiten het Vaticaan om te voorkomen dat het geheim onthuld wordt. Hoofdpersoon is een Amerikaanse priester die met zijn Roemeense vriendin allerlei avonturen beleeft. De boef vermoordt de Roemeense vertaler van het derde geheim, de Paus sterft door zelfmoord, de boef wordt vervolgens Paus, maar wordt uiteindelijk gedwongen zelfmoord te plegen of de nor in te gaan. Dit alles tegen de (in het boek verder niet uitgewerkte) achtergrond van dexa012e-eeuwse profetiexebn van St. Malachy omtrent de laatste Paus.
En wat was nu dan toch dat vreselijke derde geheim? Aan het eind wordt het onthuld: dat Maria tijdens haar verschijning had gezegd dat het priestercelibaat niet deugt, dat priesters seks moeten kunnen hebben, dat er niets mis is met homoseksualiteit en ook dat abortus geen probleem mag zijn voor de ware Christen. Voor de beschaafde wereld allemaal gepasseerde stations, zou ik zo zeggen. Mij vervulde het met een zekere gxeane.
Voor Berryx92s doen goed geschreven, dit boek, maar totaal onpruimbaar vanwege de pretentieuze fopperij. Hier is een ex-katholiek met een eigen agenda aan het woord! Wat een teleurstelling. Ik hoop dat zijn volgende boek weer gewoon een niemendalletje zal zijn.
Ik heb trouwens tijdens mijn vakantie ook andersoortige boeken gelezen. Daarover later misschien meer.

Om

Eindelijk was de knoop doorgehakt. De Computer Totaal was doorgespit, de Consumentengids, het internet. Alles was nu duidelijk: het zou een Samsung Galaxy S II worden, met een T-Mobile abonnement (onbeperkt internet, immers). De winkel was uitgekozen: Phone House had de interessantste aanbieding, met een curiositeit die me meteen tegelijk vrolijk en een beetje verliefd maakte: het x93goedkopex94pakket kwam drie tientjes duurder uit dan het x93durex94 pakket. Kijk! Daar houd ik nu van! T-Mobile heeft een slimme (en in mijn onervaren ogen ook zeer rechtvaardig aandoend) systeem van betaling en bepaling, inschaling en onthaling. Het was zover, ik was om.

1297618408[1] 

Ik liep de dichtstbijzijnde Phone House winkel in, die weliswaar heel druk was, maar dat maakte me niet uit. Ik had de tijd. Het was de baas zijn tijd. Ik kon lekker even rondkijken (was goed beschouwd eigenlijk nog nooit van mijn leven serieus in een telefoonwinkel geweest x96 had altijd bij de KPN het goedkoopste dingetje gekocht met de beschroomde haast die iemand heeft die zich eigenlijk diep schaamt). Maar nee, niets rondkijken: ik was meteen aan de beurt, de rest van de drukte was maar xe9xe9n klant (xe9xe9n rechtspersoon).

Ik legde uit wat ik wilde. De vriendelijke en  intelligente winkelbediende (een zeldzaamheid teugesworrigs) hielp me voortreffelijk, en gaf alle goede antwoorden op mijn scherpe en kritische vragen. Ik kon geen enkel argument meer vinden om niet met deze lui in zee te gaan. x91Goed,x92 zei ik, x91doe mij dan maar een i200 abonnement. Ik ben om.x92 x91Mooi,x92 antwoordde de bediende, x91dan heb ik alleen een identiteitsbewijs en uw bankpas nodig.x92

Oeps.

Ik had (uiteraard, want ik ben een dwarse man) mijn paspoort niet bij me. Evenmin mijn rijbewijs, want ik kan niet rijden (niet met een automobiel, althans). x91Dan kom ik morgen terug,x92 verzekerde ik de jongen voor wie ik een enorme sympathie was gaan opvatten. Toen ging ik naar mijn moeder in Amsterdam.

Op de terugreis was het erg druk in de trein, en ik eindigde, met nog achttien anderen op het balkon van de intercity naar Breda. En daar, op dat balkon, viel me iets onheilspellends op. Elf van de negentien staande personen waren intensief verbonden met de elektronen van hun smart-phone. Een paar waren ten onrechte aan het typen. Iemand keek een soap (kijken naar schijnt iets anders te zijn dan simpelweg iets kijken). Een paar speelden spelletjes, iemand las elektronisch (voor mij als hartstochtelijk papieren bibliotheekmens sowieso anathema), een paar waren zoemend en bonkend aan het mp3-en.

Toen ik uitstapte in Haarlem wist ik xe9xe9n ding absoluut zeker: geen smartphone voor mij. Ik hou het bij mijn thickphone. Maar dat kan bij mij morgen wel weer helemaal anders zijn. In mijn diepste wezen veracht ik mezelf.

Slaaptroost

Marius Jaspers maakte zich in zijn Raarlems Dagklad eerder al eens vrolijk over het combineren van Nederlands en Engels in xe9xe9n term. De stalling bij het station Haarlem heet "Fietspoint". Nu heb ik er zelf ook een.

Ik liep door de Theresiastraat in Den Haag, en trof daar een winkel aan met het opschrift "Sleepcomfort". Dit is een term die aan het denken zette. In eerste instantie ben je geneigd te denken dat Smit-Tak soft geworden is, en het Avenue- en Elegancegedeelte van de potentixeble klanten wil bereiken. Als je op een zandbank vastzit wil je natuurlijk met het grootst mogelijke comfort weggesleept worden, nietwaar? Ruwe bonken van kapiteins zwichten massaal voor de rust en het discrete gemak van Smit-Tak.

Natuurlijk bleek het een winkel in bedden te zijn, wat dachten we dan? Maar dan is het opschrift dus in het Engels bedoeld. En dan wordt het pas echt geheimzinnig.  Slaaptroost? Dat kan toch eigenlijk ook niet? Tja. Ik moet natuurlijk snappen dat er "slaapcomfort" bedoeld is. En dat betekent weer dat een deel van het begrip in het Nederlands gesteld is, en een deel in het Engels. En dat er van een forse dosis taalkundige overmoed sprake moet zijn.

Gevangene

Geesje heeft ze niet meer op een rijtje, want ze herhaalt alles. Dan zegt ze dat ze drie keer per week naar het graf gaat van haar man, om geestelijk met hem in contact te komen. Pffft. Ik denk dan: als dat al mogelijk is, moet je dat dan toch ook thuis kunnen doen? Ik bedoel, daarvoor hoef je toch niet per se naar het kerkhof, om met een geest te spreken? En dan zegt ze voor de zoveelste keer dat ze een jongere man heeft leren kennen, die haar naar het kerkhof rijdt. Hij is pas tachtig. Waar ze zin in hebben.
Wat zeg je? Ja, ik ben stokdoof, weet je. De professor? Ja, die komt nog steeds drie keer in de week beneden met ons eten. Ik moet je zeggen, ik heb het wel een beetje met hem gehad. Hij is alleen maar met zichzelf bezig, hijzelf is de enige die telt, alles draait om hem. Ik moet dat niet, al die mensen die alleen maar met zichzelf bezig zijn.
Wat ik zo erg vond, dat ik, toen mijn vader stierf, niet bij de begrafenis mocht zijn. Er waren wel dertig mensen, die allemaal vol lof over hem waren. Heb je dat stukje in de krant ooit gezien, over zijn begrafenis? Mijn oudere zus vond het makkelijker als ik thuis bleef. Maar wel moest ik daarna iedere week naar het graf. Hij was zo geliefd: meer dan dertig mensen, maar ik mocht er niet bij zijn. Snap je dat nu van mijn zus? Dom, dom, dom. En harteloos.
Ik hoor hier helemaal niet. Ik mankeer niets. Al die andere oudjes hebben van alles, maar ik heb niets. Ik hoor gewoon nog steeds in mijn oude huis, dat was zo gezellig daar. Wat? Ik versta je heel slecht. Of ik naar buiten ga? Nee, ik ga eigenlijk niet meer naar buiten, niet met dit weer in ieder geval. Trouwens, ik kan nauwelijks nog lopen met die rare ziekte van me.
Of ik mijn zus nog wel eens zie? Wat denk je? Nee hoor, die woont ergens in Bergen. Of in Emmeloord, waar was het nu ook weer? Van haarzelf verwacht ik eigenlijk niets, ze is al negentig. Maar van haar zoons zou ik toch wel eens een berichtje kunnen  krijgen?
Van Jet heb ik ook niets gehoord, ook niet met mijn verjaardag. Snap jij dat nou? Ik heb wel gehoord dat ze heel erg down is, een beetje depressief, en eigenlijk niet veel meer van het leven verwacht. Achtentachtig ook al. Maar niets van zich laten horen met mijn verjaardag, dat is niks voor haar.
Het is hier zxf3 saai. Omdat ik doof ben is gewoon converseren een hel. Ze denken dat ik ze niet kan verstaan. Maar als ze me recht aankijken, en langzaam praten, dan versta ik ze nog prima. Maar ze doen geen moeite meer. Wat zeg je? Ik wel? Wat ik wel? Oh! Nee, ik doe ook geen moeite. Het is toch allemaal maar dom en achterlijk geklets van ze. Dus blijf ik maar zo'n beetje op mijn kamer. Er is hier ook niemand die een beetje kan scrabbelen. Er was er eentje die het wel wilde proberen, maar die gebruikte een y-grec als lange ij, en toen ik uitlegde dat dat niet mocht werd ze kwaad.
Weet je Geesje nog? Die heeft ze ook niet meer allemaal op een rijtje. Die gaat vier keer per week met die vent naar het graf van haar man, omdat ze denkt dat ze daar met zijn geest kan praten. En dat vertelt ze dan iedere keer weer, omdat ze vergeten is dat ze het al verteld heeft, gek word je ervan.

Kwansuis

Toen ik laatst mijn moeder bezocht in het verzorgingshuis, zei ze over een verpleegster: x91Die is een soort fotomodel. Ja, kwansuis hoor.x92
Dat woord had ik haar wel vaker horen gebruiken en verder eigenlijk nooit iemand. Dus zocht ik het eens op. Eerst met Google: Kwansuis – Let op: Spelling van 1858 kwanswijs, geveinsdelijk, naar den schijn. Vooral x93geveinsdelijkx94 vind ik prachtig. Dat ga ik zelf gebruiken.

De van Dale geeft, naast de betekenis (in dit geval schijnbaar, of quasi) ook een soort etymologie: het oud-franse queinsi, of quanses. Zou het woord dus met de Hugenoten het Nederlands binnengedrongen zijn? Het klinkt mij als een nogal volkse uitdrukking in de oren. Dat kan kloppen, want mijn moeder is van de allerarmste Amsterdamse afkomst.

Ik besloot eens wat beter te luisteren naar haar uitdrukkingen. De meest opvallende die ze gebruikt is x91Wat dat amputeertx85x92 Met als betekenis: x93wat dat impliceertx94, tenminste, dat nam ik oorspronkelijk aan. Googelen leverde echter tot mijn verbazing een vindplaats in de literatuur op die anders uitwees. In de novelle Stille Menschen uit 1890 van Justus van Maurik, geheel in Amsterdams dialect geschreven, komt het citaat voor x93Berbertje zal wat dat amputeert, gerust op me neer kunnen zien, ik heb mijn woord gehouwen: Geen druppel, nooit!x94 De uitdrukking betekent dus veeleer x93wat dat betreftx94. Mijn moeder beheerst haar plat-Amsterdams niet meer! Ha!!

Ze refereert ook graag aan twee familieleden van x93malle Eppiex94, namelijk x93gevluchte Luciex94, een vreemd vrouwwezen met een sterk verwilderd uiterlijk, en x93achterlijke Sjenniex94, wat zo ongeveer hetzelfde betekent als x93malle Eppiex94. Er zit, zeker in Sjennie, een zekere affectie verscholen in deze uitdrukkingen, en ook ik ben meermalen x93achterlijke Sjenx94 geheten.

De persoon van x93gevluchte Luciex94 komt uit de roman Der Gefxe4ngnisarzt oder Die Vaterlosen van Ernst Weixdf, Mxe4hrisch-Ostrau 1934. Hiermee is het wat mij betreft zonder meer duidelijk dat de uitdrukking gexefntroduceerd is door Oom Theo (zie alhier), die in die periode hoofdzakelijk Duits las.

Over x93achterlijke Sjenniex94 heb ik helemaal niets kunnen vinden. Ik weet dat Sjennie een bestaande voornaam is, maar naar wie het verwijst? Of is het een verbastering van x93achterlijke Chineesx94? De afstand van de Conradstraat, waar mijn moeder woonde, en de Binnen-Bantammerstraat, waar de Chinezen woonden is niet zo grootx85

Conradstraat 
 
Het voormalige hotel op de hoek van de Conradstraat, waar mijn moeder tot haar zevende (voor de echte armoede) op de derde verdieping in de punt gewoond heeft. Een zeer markant gebouw.

x91Ik ben dol op tennis,x92 at zij een dropje

Mag je op grond van xe9xe9n zin weigeren een boek te lezen? Ik vind van wel. Ik las tijdens het bladeren door een roman het volgende fragment:

x91Wat leuk u eindelijk te ontmoeten, ik heb zoveel over u gehoord, niets dan goeds, en over jullie. Hoi, ik ben Hilly,x92 gaf ze mijn zusjes een hand.

Deze stijlfiguur, namelijk om in plaats van het werkwoord x93zeggenx94 een willekeurig ander te kiezen, beschouw ik als xe9xe9n van de grote zondes tegen de taal. Je ziet het veel in leutige stukjes in gratis treinvodjes. Zinnen als:

x91Ik sta nu derde, morgen kan er nog van alles gebeuren,x92 keek Sven Kramer vooruit.

maken dat ik dichtklap (en het krantje ook).

Op een blog las ik de zin:

Nee! schudde zij haar hoofd en wierp het in haar nek.

Dat is aardig. En gul ook: twee bloempjes voor de prijs van xe9xe9n, want het tweede gedeelte van de zin is wat we in de volksmond een x93Tante Betjex94 noemen, het foutief weglaten van het onderwerp.
Wat gebeurt hier eigenlijk precies? Omdat ik het gevoel had ooit, toen mijn verstand nog enigermate functioneerde, de taalkundige term voor dit verschijnsel te hebben geweten, heb ik een paar deskundige en geleerde vrienden gevraagd of zij er hun licht eens over konden laten schijnen. Het resultaat was ietwat teleurstellend, en ik ben nu geneigd te denken dat ik me vergist heb en dat er voor dit bepaalde verschijnsel nog geen apart woord bestaat. Waar de Rookzanger na enig heen en weer discussixebren mee aan kwam zetten was x93metonymische ellipsx94. Een kernbegrip wordt vervangen door een begrip dat de eigenschappen ervan schetst (metonym), en de bepaling van gesteldheid bij het hoofdwerkwoord wordt, bij het weglaten van dat werkwoord, zelf hoofdwerkwoord. Dat laatste zou je een ingewikkeld soort ellips kunnen noemen. Lezers van dit blog hebben misschien andere inzichten? Ik houd me aanbevolen.

Dezer dagen wordt het Nederlands schaakkampioenschap gehouden, en op de site van de KNSB verschijnen dagverslagen, door een anonieme redacteur geschreven met een bezemsteel. Om binnen de thematiek van dit stukje te blijven (ook andere huiveringwekkende stijlbloempjes weet deze scribent uit zijn of haar pen te persen), geef ik u een paar voorbeelden van de hierboven besproken verschrikking. Pas op: wat nu volgt is alleen geschikt voor gevorderde en geharde lezers!
 
x91O, ja? Nou, dat is mooi danx92, nam Spoelman maar aan dat dat oordeel klopte.

x91En met die variant speel ik echt op winst, hoorx92, had Swinkels na zijn remise tegen Ernst een journalist duidelijk gemaakt die daar een schampere opmerking over had gemaakt.

De plaatsing van de kommax92s in deze citaten is ook ergx85 origineel. Maar goed, ik weet wel, je kunt de huidige journalistiek haar gebrek aan opleiding niet verwijten, maar ik stel voor dat wij, die nog wel Nederlands hebben gehad op school, ons zo ver mogelijk houden van deze treurigstemmende treinkrantlolligheid.

‘Ik ben dol op tennis,’ at zij een dropje

Mag je op grond van één zin weigeren een boek te lezen? Ik vind van wel. Ik las tijdens het bladeren door een roman het volgende fragment:

‘Wat leuk u eindelijk te ontmoeten, ik heb zoveel over u gehoord, niets dan goeds, en over jullie. Hoi, ik ben Hilly,’ gaf ze mijn zusjes een hand.

Deze stijlfiguur, namelijk om in plaats van het werkwoord “zeggen” een willekeurig ander te kiezen, beschouw ik als één van de grote zondes tegen de taal. Je ziet het veel in leutige stukjes in gratis treinvodjes. Zinnen als:

‘Ik sta nu derde, morgen kan er nog van alles gebeuren,’ keek Sven Kramer vooruit.

maken dat ik dichtklap (en het krantje ook).

Op een blog las ik de zin:

Nee! schudde zij haar hoofd en wierp het in haar nek.

Dat is aardig. En gul ook: twee bloempjes voor de prijs van één, want het tweede gedeelte van de zin is wat we in de volksmond een “Tante Betje” noemen, het foutief weglaten van het onderwerp.
Wat gebeurt hier eigenlijk precies? Omdat ik het gevoel had ooit, toen mijn verstand nog enigermate functioneerde, de taalkundige term voor dit verschijnsel te hebben geweten, heb ik een paar deskundige en geleerde vrienden gevraagd of zij er hun licht eens over konden laten schijnen. Het resultaat was ietwat teleurstellend, en ik ben nu geneigd te denken dat ik me vergist heb en dat er voor dit bepaalde verschijnsel nog geen apart woord bestaat. Waar de Rookzanger na enig heen en weer discussiëren mee aan kwam zetten was “metonymische ellips”. Een kernbegrip wordt vervangen door een begrip dat de eigenschappen ervan schetst (metonym), en de bepaling van gesteldheid bij het hoofdwerkwoord wordt, bij het weglaten van dat werkwoord, zelf hoofdwerkwoord. Dat laatste zou je een ingewikkeld soort ellips kunnen noemen. Lezers van dit blog hebben misschien andere inzichten? Ik houd me aanbevolen.

Dezer dagen wordt het Nederlands schaakkampioenschap gehouden, en op de site van de KNSB verschijnen dagverslagen, door een anonieme redacteur geschreven met een bezemsteel. Om binnen de thematiek van dit stukje te blijven (ook andere huiveringwekkende stijlbloempjes weet deze scribent uit zijn of haar pen te persen), geef ik u een paar voorbeelden van de hierboven besproken verschrikking. Pas op: wat nu volgt is alleen geschikt voor gevorderde en geharde lezers!
 
‘O, ja? Nou, dat is mooi dan’, nam Spoelman maar aan dat dat oordeel klopte.

‘En met die variant speel ik echt op winst, hoor’, had Swinkels na zijn remise tegen Ernst een journalist duidelijk gemaakt die daar een schampere opmerking over had gemaakt.

De plaatsing van de komma’s in deze citaten is ook erg… origineel. Maar goed, ik weet wel, je kunt de huidige journalistiek haar gebrek aan opleiding niet verwijten, maar ik stel voor dat wij, die nog wel Nederlands hebben gehad op school, ons zo ver mogelijk houden van deze treurigstemmende treinkrantlolligheid.

De onzekere vrouw (4)

  Er was die week iets gebroken en nog niet gerepareerd. Dit diepe wederzijdse onbegrip begon tragisch te worden en gevaarlijk.
  x91Misschien,x92 dacht Karl, x91zijn we deze week het eindspel ingegaan.x92
  De volgende dag kwam Penny. De hele zaterdag was bijzonder: het neuken was als een heilige ritus, elk stukje van elkaars lichaam werd aandachtig bekeken en bevoeld. Elke beweging was doortrokken van een diepe, welhaast religieuze ernst, en elk orgasme was als een sacrament. Het was haast alsof ze beiden afscheid aan het nemen waren.
  De zondag was heel anders. Streelde Karl haar zachtjes, dan weerde Penny af: hij kietelde haar. Wilde hij haar omarmen, dan moest hij nou eindelijk eens opsodemieteren, x91ik ben je speeltje niet.x92 Karl had er genoeg van, en besloot de knoop door te hakken.
  x91We passen helemaal niet bij elkaar, laten we uit elkaar gaan.x92 Daar schrok Penny dan weer wel hevig van. Ze probeerde: x91Als we nou de intensiteit van onze bezoeken eens een tijdje zouden minderen, misschien…x92
  x91Ik wil je zo vaak mogelijk zien. Twee dagen per week in het weekend is volkomen onaanvaardbaar voor mij. Dan maak ik het liever uit.x92
  x91Als we elkaar nu eerst eens twee weken niet zien, we moeten nadenken.x92
  x91Als we een afkoelingsperiode van twee weken inlassen, ben je me kwijt. Ik ken mezelf toch…x92
  Penny was niet overtuigd. Karl voegde er aan toe dat hij haar aan zich wilde binden omdat hij haar nodig had,x92 maar Penny was sceptisch: x91Waarom ga je werkelijk met me om, vraag je dat eens af.x92 Ze schudde haar hoofd.
  x91Volgens mij alleen maar vanwege beschikbaarheid. Wat is er aan mij dat je zo speciaal en aantrekkelijk vindt?x92 Karls schouderdemon bemoeide zich met het gesprek en sneerde in zijn linkeroor: x91Dom is ze niet!x92 Hij had nog gelijk ook. Karl vroeg zich af of hij zich voor haar schaamde? Mocht dat zo zijn, dan moest hij zich schamen. Maar niet voor haar.
  x91Je geur. Je scherpte, je pit, je krankzinnige humor als je je goed voelt.x92 Penny begon te huilen. Karl ging door: x91Als we overgaan tot jouw weekendregeling, dan wordt dit alles een vlak en schematisch avontuurtje, en dan worden we gereduceerd tot niets anders dan een adresje voor als we een nachtje willen wippen. Dat wil ik niet!x92
  Ze gingen heel lang door op deze manier, tot Karl niet meer kon.
  x91Je kunt nu naar huis gaan. Pen, of in bed kruipen, maar ik wil er vandaag niet meer over praten. Ik ben doodmoe, ben bang dat ik dingen ga zeggen waar ik later spijt van krijg.x92
  Wat een ingewikkeld wijf was Penny toch: ineens was ze weer helemaal vrolijk.
 x91Chantage!x92 schaterde ze. x91Grote bully chanteert kleine knorrepot. Kom, vriendelijke reus, vul me kut!x92 Ze deed een uitval naar Karls broek en had hem uitgekleed voordat ze boven waren. De volgende dag zei ze: x91Ik voelde wel dat als ik naar huis gegaan zou zijn, het waarschijnlijk afgelopen was.x92
  x91Misschien wel, ja. Welkom thuis.x92
  Een bijzonder goede week volgde. In alle denkbare houdingen, op alle denkbare plaatsen aten ze elkaar op, staken ze hun vingers in gevoelige plekjes, kwamen ze tot seksuele extase. Ze sleepten het matras het balkon op en deden het onder de sterren, ze deden het in de openbare kelder in Karls fietsenbox, en in de laatste trein terug uit Alkmaar.
  Ze neukten tot ze niet meer konden.
  Toen was het, op een zonnige zaterdag, ineens voorbij. Karl was wat begonnen te vrijen, maar Penny weerde vinnig af.
  x91Hou nou eens op.x92 Zonder iets te zeggen stond ze op en nam een douche.
  x91Wat is er?x92
  x91Je zit me te kietelen.x92
  x91Ik streel je.x92
  x91Ik voel me niet lekker. Ik ga naar huis.x92
  x91Doen we nog wat, dit weekend?x92
  x91We zien wel.x92
  Beneden zei Karl: x91Waarom praat je niet? Als je ergens mee zit, moet je dat toch delen met je vriend? Nu ga ik weer zitten tobben dat ik iets verkeerd heb gedaan, dat is toch niet eerlijk.x92 Penny stond op en ging weg zonder iets te zeggen. Karl schoot in zijn schoenen en rende haar achterna. Bij het Oosterpark haalde hij haar in.
  x91Waar ben je mee bezig? We moeten praten.x92
  x91Er valt niets te praten.x92
  x91Je kunt toch uitleggen wat er scheelt.x92
  x91Daar heb ik geen zin in.x92
  x91Maar zo gaan mensen toch niet met elkaar om?x92
  x91Ik heb gewoon geen zin om te praten. Laat me met rust.x92
  Toen knapte er wat. Karls geduld was op.
  x91Bekijk jij het maar! x91Hij draaide zich op zijn schreden om en liep terug naar huis.

De onzekere vrouw (3)

  Het was Karl duidelijk dat Penny met mannen omging zoals een kat slaapt: met altijd xe9xe9n oog niet helemaal gesloten. Iets in haar jeugd had haar vreselijk schichtig gemaakt, maar alleen op verstandelijk en emotioneel niveau. Haar lichaam was veel eerder bereid zich over te geven dan haar nooit helemaal inslapende hoofd. In dat opzicht leek ze wel wat op Karl, die het zijn hele leven had moeten doen met een zuur en sarcastisch zuigertje op zijn linkerschouder, dat voortdurend commentaar in zijn oor krijste, zodat ook hij zich maar heel moeilijk volledig kon overgeven aan de omstandigheden. Hij had het gevoel dat er de laatste jaren weliswaar veel verbeterd was – de schoudergesel nam zelfs nu en dan een dag verlof op, maar dat grote en hinderlijke zelfbewustzijn bleef wel bij hem. Bij Penny leek het eerder op een schrikreflex. Het leek alsof ze Karl niet volledig vertrouwen durfde, ook misschien uit gewoonte: mannen waren er om te wantrouwen. Vanuit haar ervaringen misschien een volkomen correcte conclusie, maar dat kon Karl voorlopig nog niet controleren.
  Al met al was Karl veel met haar bezig, maar omdat Penny nog steeds categorisch weigerde dieper in te gaan op haar zielenleven en persoonlijke geschiedenis anders dan in algemene termen, bleef het bij hem bij speculaties en, constateerde hij met enige emotionele fletsheid, een onmerkbaar groeiende nonchalance. De oprechte belangstelling was er wel degelijk, maar zijn vragen bleven onbeantwoord en hij had simpelweg niet genoeg materiaal om zich volledig te engageren. Zo was hij voornamelijk bezig met de buitenkant, en ontnam ze hun de kans hun relatie te verdiepen. Hij vroeg zich af of hij verliefd was op het schrikachtige kraakstertje. Vermoedelijk niet, dacht hij bij zichzelf en meteen corrigeerde hij zich: neen, zeker niet. Tegen de spiegel bekende hij: x91Ik houd van haar, zoals je van iets lekkers of smakelijks kunt houden. Ik vind het heel plezierig en spannend om met haar te zijn en aan haar te zitten, en kan me al niet goed meer de leegte voorstellen die er zal zijn als we weer ieder onze eigen weg zullen gaan.x92 Hij had een vriend van wie hij er achter gekomen was dat hij zijn relaties hoofdzakelijk zag als luxeartikelen, commodities als het ware, op ieder gewenst moment inwisselbaar voor goederen of diensten. Was Penny iets dergelijks voor hem? Hij keek zijn spiegelbeeld oprecht in de ogen.
  x91Ik houd van haar als vrouw, maar tegelijkertijd zie ik geen kans me vollexaddig aan haar te binden, en dat is wederzijds. Meestal is dat mijn schuld, maar deze keer moeten we het haar verwijten. Ze blijft alleen maar buitenkant. Liefde wijkt voor enigszins behoedzame lust, niet gespeend van argwaan.x92 De spiegel haalde zijn schouders op: hij snapte het ook niet.
  x91t Duiveltje dat op zijn linkerschouder was aangeschoven, voegde daar aan toe dat ze bovendien met nog zes andere kerels bezig was, en dat baas Karl dat onheilspellende feit nooit ofte nimmer uit het oog moest verliezen. Hij zuchtte moe.
  Zijn pogingen om Penny uit haar schulp te krijgen bleven falen. Ze wilde niets prijsgeven omtrent de verwondingen die haar in het verleden waren aangedaan, behalve dat ze toegaf, ooit ergens intern te zijn geweest. Maar waar en waarom bleef een raadsel. Wel vertelde ze dat drie van de zeven reflectanten op haar advertentie waren doorgestreept. Karl vroeg zich af of ze wel bestonden, deze pretendenten, dingend naar de hand van de moderne Penelope die smachtend uitkeek naar haar Odysseus.
  Hij vertelde haar hoe hij Gaia had ontmoet, maar zonder toe te geven dat hij op haar wxe8l meteen verliefd geworden was. Hij wist zelf niet wat te verkiezen was: verliefdheid of liefde. Want hij betwijfelde ten sterkste of zijn gepassioneerde begeerte voor Gaia ooit zou kunnen worden omgezet in een oprechte, ietwat saaie, eeuwigdurende liefde. Om bij voorbaat te voorkomen dat er allerlei nare misverstanden zouden ontstaan, legde hij omstandig aan Penny uit dat dit winkelen op de relatiemarkt twee kanten had, en dat zij als opstelster van een advertentie niet moest uitgaan van een of ander alleenrecht, dat de reflectanten geenszins gelaten en zonder verder zelf om zich heen te blijven kijken, braaf en passief haar beslissing zouden afwachten. Ook zei hij eerlijk dat als hij de kans kreeg om met Gaia naar bed te gaan, hij het niet zou laten. Was dat nu eerlijkheid of cynisme van hem? Of beide?
  Karl had besloten dit allemaal openhartig te verklaren om Penny de kans te geven hem eruit te schoppen. Welbeschouwd zou ze daar helemaal niet het morele recht toe hebben, maar je zou het haar evenmin kwalijk kunnen nemen. Penny piekerde daar evenwel in het geheel niet over.
  x91Je hebt groot gelijk,x92 vond ze, x91je eerlijkheid is alleen maar te prijzen.x92 Karl had daar zelf zo zijn twijfels over. Je hebt immers een bepaald soort agressiexadve eerlijkheid, die de ander bij voorbaat alle wind uit de zeilen neemt en haar voor een fait accompli stelt. Is dat een eerbare tactiek?
  Na zijn ontboezeming bespeurde hij toch een nieuw soort haast in het gedrag van Penny. Plotseling gaf zij ook meer prijs. Ze bekende dat van de overgebleven briefschrijvers ze er eigenlijk maar xe9xe9n verder wilde zien, een filosoof van eind twintig, een paar jaar jonger dan zijzelf.
  x91Volgens mij is hij nog maagd,x92 voegde ze er een beetje verbaasd aan toe. Karl vroeg: x91Denk je dat je met hem naar bed zult gaan?x92 Nee, voorlopig niet, dacht ze.
  x91Jammer. Dat zou alles een stuk simpeler maken.x92 Haar ogen schoten vuur.
  x91Denk je dat werkelijk? Je hebt geen idee, hxe8 jongetje?x92